ECLI:NL:RVS:2025:3737
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beëindigde de opvang van betrokkene in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 23 januari 2024. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij een nieuw besluit op bezwaar moet nemen voordat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek toegewezen, mede gelet op de belangen van partijen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd als partij in de procedure betrokken en heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.