ECLI:NL:RVS:2025:3739
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
Betrokkene werd geïnformeerd dat zijn opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 15 november 2022 wordt beëindigd. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van betrokkene ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening zodat zij geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam gaven schriftelijke uiteenzettingen.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van partijen en besluit de voorlopige voorziening toe te kennen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 7 augustus 2025 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.