ECLI:NL:RVS:2025:374
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende zwaarwegende discriminatie hiv-positief persoon
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 mei 2024 de aanvraag van een Oezbeekse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, die hiv-positief is, vreesde strafrechtelijke vervolging op grond van artikel 113 van Pro het Oezbeekse Wetboek van Strafrecht vanwege haar besmetting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister zich deugdelijk had gemotiveerd over het onvoldoende zwaarwegende karakter van de discriminatie en het risico op strafrechtelijke vervolging. De minister had zich onjuist gebaseerd op bronnen die vooral de lhbti-gemeenschap betroffen, terwijl de wet geen onderscheid maakt op basis van seksuele gerichtheid en ook heteroseksuele hiv-positieve personen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met deze overwegingen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.