ECLI:NL:RVS:2025:3744
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beëindigde de opvang van betrokkene in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 12 december 2023. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werden in de procedure betrokken en gaven schriftelijke uiteenzettingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de belangen van partijen een voorlopige voorziening passend is en bepaalde dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.