ECLI:NL:RVS:2025:3746
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beëindigde de opvang van betrokkene in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 14 november 2023. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris op 6 mei 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
Tegen deze uitspraak stelde de minister hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd als partij betrokken en leverde een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter hield rekening met de belangen van partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 7 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.H. van Breda.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.