202400009/4/R4.
Datum beschikking: 8 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
de raad van de gemeente Barneveld,
verzoeker,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 23 april 2025, in zaak nr. 202400009/1/R4, bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 23 april 2025 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 24 weken na de verzending daarvan de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2025, heeft de raad de Afdeling gevraagd om deze termijn te verlengen.
De Afdeling heeft bij brieven van 22 juli 2025 partijen in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Van deze mogelijkheid hebben [partij A] en [partij B] gebruikgemaakt.
Overwegingen
1. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn, omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn het besluit van 13 december 2023 te herstellen. De raad legt daarover uit dat gewerkt wordt aan herstel van de vastgestelde gebreken, maar dat dit nog niet is afgerond. Zodra dit is afgerond, wordt in de eerstvolgende raadsvergadering voorgesteld om een gewijzigd besluit te nemen. De eerstvolgende mogelijkheid daarvoor na het zomerreces is woensdag 8 oktober 2025. Dat is echter de laatste dag van de 24-wekentermijn die is gesteld. In verband met deze raadsvergadering en de bijbehorende publicatie van het gewijzigde besluit op donderdag 16 oktober 2025, verzoekt de raad om uitstel van de aanlevertermijn met twee weken, dus tot en met 22 oktober 2025.
2. Zowel [partij A] en [partij B] hebben te kennen gegeven in te stemmen met de verzochte termijnverlenging.
3. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
4. Gelet op de door de raad gegeven toelichting op zijn verzoek en nu [partij A] en [partij B] te kennen hebben gegeven geen bezwaar te hebben tegen deze beperkte verlenging, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen tot en met 22 oktober 2025.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 23 april 2025 bepaalde termijn tot en met 22 oktober 2025.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzitter, mr. J.F. de Groot en mr. N.H. van den Biggelaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.I. Heijkoop, griffier.
w.g. Ten Veen
voorzitter
w.g. Heijkoop
griffier
971