ECLI:NL:RVS:2025:3763
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 juni 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek naar de argumenten van de minister in hoger beroep nodig is en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee wordt de uitvoering van het vernietigde besluit tijdelijk opgeschort pending het hoger beroep.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.