ECLI:NL:RVS:2025:3768
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Appellant heeft bij besluit van 16 september 2021 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Tegen deze afwijzing maakte appellant bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard bij besluit van 5 juni 2023.
Appellant stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 september 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en neemt de motivering van de rechtbank over. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.