ECLI:NL:RVS:2025:3769
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluiten van 18 maart 2025 en 28 mei 2025.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond bij uitspraak van 9 juli 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De voorzieningenrechter heeft het oordeel van de rechtbank overgenomen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 11 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.