ECLI:NL:RVS:2025:380
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 1 januari 2025 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol (JCS), zowel qua gebouwinrichting als het regime en toegepaste dwang. De rechtbank beval opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat de Afdeling bestuursrechtspraak heeft beslist. De minister voerde aan dat het grensbewakingsbelang zwaarwegend is en dat uitvoering van de uitspraak zou betekenen dat de vreemdeling toegang krijgt tot het Schengengebied.
De voorzieningenrechter overwoog dat het JCS een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is conform artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. Ondanks de ingrijpende gevolgen voor de vreemdeling, weegt het grensbewakingsbelang zwaarder. Daarom werd de voorlopige voorziening verleend, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening houdt de vrijheidsontnemende maatregel in stand totdat het hoger beroep is beslist.