ECLI:NL:RVS:2025:3817
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding artikel 2:74 APV Purmerend
De burgemeester van Purmerend legde op 9 maart 2022 een last onder dwangsom van €5.000,- op aan appellant wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit artikel verbiedt het zich op een openbare plaats bevinden met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. De last onder dwangsom werd opgelegd naar aanleiding van een politiecontrole op 6 januari 2022, waarbij diverse drugs, geld, een weegschaal en andere indicaties voor drugshandel in de auto van appellant werden aangetroffen.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de bestuurlijke rapportage onjuist en onbetrouwbaar was en dat deze niet als grondslag voor het besluit kon dienen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester op basis van de op ambtseed opgestelde processen-verbaal en andere betrouwbare bronnen redelijkerwijs kon concluderen dat appellant artikel 2:74 APV Pro had overtreden. De betwisting van appellant over de bestuurlijke rapportage wekte geen twijfel over de betrouwbaarheid daarvan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.