ECLI:NL:RVS:2025:3825
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. den Ouden
- C.J. Borman
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit woning niet te versterken volgens veiligheidsnorm Groningen
Appellanten zijn eigenaren van een vrijstaande woning in Sidderburen, gelegen in een aardbevingsgebied. De staatssecretaris Herstel Groningen heeft bij besluit van 19 maart 2024 vastgesteld dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Dit besluit werd gehandhaafd bij een bezwaarbesluit van 5 november 2024.
Appellanten voerden aan dat de woning ten onrechte niet versterkt zou worden en dat de besluiten onvoldoende zijn onderbouwd, met een verwijzing naar het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is op de beoordeling van de veiligheidsnorm, die is vastgelegd in de Mijnbouwwet en de Tijdelijke wet Groningen.
De veiligheidsnorm, ook wel Meijdam-norm genoemd, stelt een maximale aanvaardbare kans van 1 op 100.000 op overlijden door instorting bij aardbevingen. Het ingenieursbureau W2N heeft op basis van de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR:9998:2020 T5 berekend dat de woning aan deze norm voldoet. Dit advies is door de staatssecretaris gevolgd in het besluit en het bezwaarbesluit.
De Afdeling constateert dat appellanten geen concrete gronden hebben aangevoerd tegen de motivering van het bezwaarbesluit. Daarom is er geen reden om het besluit te vernietigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen het besluit dat hun woning niet versterkt hoeft te worden is ongegrond verklaard.