ECLI:NL:RVS:2025:3833
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek inzake inzage persoonsgegevens op grond van AVG
Appellant verzocht Stichting Ymere om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG Pro, wat werd geweigerd. Hiertegen diende appellant een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die het verzoek om handhavend op te treden afwees na een globaal bureauonderzoek en toepassing van prioriteringscriteria.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de AP terecht geen nader onderzoek verrichtte vanwege de beleidsregels en dat appellant een alternatieve civiele rechtsgang had. In hoger beroep betoogde appellant dat de AP zijn klacht zonder inhoudelijke toetsing had afgewezen en dat de beleidsregels in strijd waren met de AVG.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de AP beleidsruimte heeft om klachten naar eigen inzicht te prioriteren en dat zij in dit geval terecht heeft afgezien van een uitgebreid onderzoek. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de AP bevestigd.