ECLI:NL:RVS:2025:384
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.A. Poorter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake niet-uitvoering uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 september 2022 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar op 8 december 2023, verklaarde de rechtbank op 8 november 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling leverde een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en gelet op de belangen van beide partijen, werd de voorlopige voorziening toegewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.