ECLI:NL:RVS:2025:3862
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering schrapping pand uit Rijksmonumentenregister in Rouveen
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het verzoek van appellant om het pand aan een locatie in Rouveen te schrappen uit het Rijksmonumentenregister afgewezen. De minister stelde dat de belangrijkste cultuurhistorische waarden van het pand nog voldoende aanwezig zijn om het op de monumentenlijst te handhaven. Het bezwaar tegen deze beslissing werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard en later ongegrond.
De rechtbank Overijssel heeft het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het pand nog steeds monumentale waarde bezit en dat het belang van handhaving zwaarder weegt dan het belang van appellant. Appellant stelde dat het pand onvoldoende monumentale waarde heeft en dat eerdere verzoeken uit 1979 niet adequaat zijn afgehandeld, maar kon dit niet met deskundigenadvies onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Afdeling oordeelde dat de brief van 1980 slechts een voornemen bevatte dat nooit is uitgevoerd en dat het verzoek uit 2021 leidend is voor de beoordeling. Er is geen aanleiding om het besluit van de minister te vernietigen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het pand blijft opgenomen in het Rijksmonumentenregister.