ECLI:NL:RVS:2025:3902
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 31 januari 2025 in bewaring. Appellant stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en dat eerdere uitspraken van de Afdeling dezelfde rechtsvragen reeds hebben beantwoord.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van appellant wordt bevestigd.