ECLI:NL:RVS:2025:391
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar wijziging identiteitsgegevens vreemdeling
Bij een besluit van 20 maart 2024 wijzigde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de geboortedatum van een vreemdeling. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze wijziging, maar de minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag oordeelde op 28 november 2024 dat het bezwaar wel ontvankelijk was en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat de kennisgeving van gewijzigde identiteitsgegevens een voorbereidend besluit is en niet appellabel, tenzij het de vreemdeling rechtstreeks in zijn belang treft, wat hier niet het geval was. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen relevante rechtsvragen bevatte. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, het incidenteel hoger beroep ongegrond, en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk, en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.