ECLI:NL:RVS:2025:3911
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Appellant is op 22 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde op 20 juni 2025 het beroep van appellant tegen het voortduren van deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat zij onbevoegd is om van dit hoger beroep kennis te nemen, omdat het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet vatbaar is voor hoger beroep. Dat de uitspraak van de rechtbank onterecht vermeldt dat hoger beroep wel mogelijk is, doet hieraan niet af.
De minister hoeft daarom geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling verklaart zich bij besluit van 18 augustus 2025 onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en sluit de procedure daarmee af.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.