ECLI:NL:RVS:2025:3918

Raad van State

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
15 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.000981
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 42 Vw 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel

De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 november 2024 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 juli 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de minister binnen zes maanden na de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit moet nemen en dat er geen spoedeisend belang was voor de gevraagde voorziening.

Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 augustus 2025.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

BRS.25.000981
Datum uitspraak: 19 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 juli 2025 in zaak nr. NL25.50293 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.
Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.        Mede gelet op artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000, moet de minister binnen ten minste zes maanden na de dag van verzending van de uitspraak van 16 juli 2025 een nieuw besluit op de aanvraag nemen. Omdat voor afloop van die termijn een uitspraak op het hoger beroep wordt verwacht en de minister geen andere spoedeisende omstandigheden heeft gesteld, is er op dit moment geen spoedeisend belang dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.
3.        Het verzoek wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Heinen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2025
984