ECLI:NL:RVS:2025:3922
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 11 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 8 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was ten tijde van de grensdetentie onjuist was, verwijzend naar eerdere uitspraken. De grief van de minister slaagde.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar het beroep alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 augustus 2025.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.