ECLI:NL:RVS:2025:3928
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 9 oktober 2024 is afgewezen. Verzoeker heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat deze procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling.
Daarom is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van € 907,00.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 18 augustus 2025, in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.