ECLI:NL:RVS:2025:3946
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over tenuitvoerlegging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 25 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene tegen de wijze van tenuitvoerlegging van deze maatregel gegrond en beval wijziging van de tenuitvoerlegging en schadeloosstelling.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom niet onrechtmatig is.
De Afdeling vernietigde het oordeel van de rechtbank over de onrechtmatigheid van de tenuitvoerlegging en de daarmee samenhangende bevelen, bevestigde de rest van de uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het beroep is daarmee gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.