ECLI:NL:RVS:2025:3950
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over tenuitvoerlegging vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie
Bij besluit van 3 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarbij de rechtbank Den Haag op 2 januari 2025 het beroep deels gegrond verklaarde, met name gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging, en de minister opdroeg de tenuitvoerlegging te wijzigen en betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, waardoor de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig is.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de tenuitvoerlegging onrechtmatig achtte en de wijziging daarvan beval, en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Voor het overige bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de wijze van tenuitvoerlegging wordt ongegrond verklaard; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.