ECLI:NL:RVS:2025:3951
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 22 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 20 december 2024 de maatregel onrechtmatig verklaarde, de vrijheidsontneming ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was, onjuist was. Zij verwees naar eerdere uitspraken waarin dit standpunt werd bevestigd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar het beroep alsnog ongegrond omdat geen andere beroepsgronden onbesproken waren gebleven en achtte de grensdetentie niet onrechtmatig. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.