ECLI:NL:RVS:2025:401
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende vaststelling identiteit en nationaliteit
Appellant, afkomstig uit Nigeria en sinds 2013 met verblijfsrecht in Nederland, verzocht om naturalisatie voor zichzelf en zijn drie minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees het verzoek af vanwege twijfel over de authenticiteit en volledigheid van de overgelegde documenten, waaronder geboortebewijzen en paspoorten.
Het Team Onderzoek en Expertise Documenten (TOED) concludeerde dat het paspoort echt was, maar dat de geboortebewijzen incompleet waren door het ontbreken van een ‘affidavit of age declaration’. De staatssecretaris kon daardoor de identiteit niet vaststellen, mede omdat de brondocumenten die ten grondslag liggen aan het eerste paspoort uit 2012 ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij in bewijsnood verkeerde en dat hij niet had aangetoond dat hij zich voldoende had ingespannen om de ontbrekende documenten te verkrijgen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de staatssecretaris terecht aanvullende bewijsstukken mag verlangen en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het identificatieproces bij de paspoortverstrekking deugdelijk was.
Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.