ECLI:NL:RVS:2025:4025
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
Betrokkene werd op 26 maart 2024 geïnformeerd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 20 februari 2024 wordt beëindigd. De minister verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen deze beëindiging op 10 september 2024 ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 26 mei 2025 het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van partijen af en besluit de voorlopige voorziening toe te wijzen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 21 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.H. van Breda.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.