ECLI:NL:RVS:2025:4049
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 7 juni 2023 besloten een aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 augustus 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de rechtbankuitspraak in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen moesten worden.
Op die grond werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.