Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:4049

Raad van State

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.001068
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 7 juni 2023 besloten een aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 augustus 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de rechtbankuitspraak in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen moesten worden.

Op die grond werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.001068
Datum uitspraak: 22 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 augustus 2025 in zaak nr. NL25.11412 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep opnieuw gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.
3.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2025
918-1156