ECLI:NL:RVS:2025:4057

Raad van State

Datum uitspraak
25 augustus 2025
Publicatiedatum
25 augustus 2025
Zaaknummer
202503657/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling aanvraag verblijfsvergunning asiel

Appellant had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 8 april 2025 niet in behandeling genomen. Appellant stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 mei 2025 ongegrond verklaarde.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de uiterste termijn op 15 mei 2025 eindigde en het hogerberoepschrift pas daarna binnenkwam. Het door appellant overgelegde verzendcontrolerapport van een fax op 15 mei 2025 kon niet aannemelijk maken dat het hoger beroep tijdig was ingesteld, omdat geen fax van appellant op die datum was ontvangen.

De Afdeling oordeelde dat appellant geen redenen had aangevoerd om het te late hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

202503657/1/V3.
Datum uitspraak: 25 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 8 mei 2025 in zaak nr. NL25.16593 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 8 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Zuidhoek, advocaat in Gieten, hoger beroep ingesteld.
Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 15 mei 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat appellant in zijn hogerberoepschrift heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (vergelijk de uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6794) draagt de afzender in beginsel het risico van verzending bij verzending per fax. Met het overleggen van het verzendcontrolerapport van de op 15 mei 2025 verzonden fax heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij al op die datum hoger beroep bij de Afdeling heeft ingesteld. Bij de Afdeling is namelijk op 15 mei 2025 van hem geen fax binnengekomen. Op het overzicht van binnengekomen faxen komt het faxnummer van zijn advocaat niet voor. Appellant heeft verder geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025
47