ECLI:NL:RVS:2025:4057
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 8 april 2025 niet in behandeling genomen. Appellant stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 mei 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de uiterste termijn op 15 mei 2025 eindigde en het hogerberoepschrift pas daarna binnenkwam. Het door appellant overgelegde verzendcontrolerapport van een fax op 15 mei 2025 kon niet aannemelijk maken dat het hoger beroep tijdig was ingesteld, omdat geen fax van appellant op die datum was ontvangen.
De Afdeling oordeelde dat appellant geen redenen had aangevoerd om het te late hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.