ECLI:NL:RVS:2025:4061
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 12 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene in het kader van grensdetentie. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 12 december 2024 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is en dat de grensdetentie daarom niet onrechtmatig was.
Verder stelde betrokkene dat de minister te laat een beslissing had genomen over het asielverzoek, waardoor de detentie onrechtmatig zou zijn voortgeduurd. De Afdeling stelde vast dat de minister binnen de wettelijke termijn van vier weken een beslissing had genomen en dat er geen aanwijzingen waren voor onrechtmatige vertraging.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.