ECLI:NL:RVS:2025:4063
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 9 december 2024, aangevuld op 17 januari 2025, een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 4 februari 2025 het beroep van appellant gedeeltelijk ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister gemeld dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde van appellant geen contact meer onderhoudt met hem, ondanks de gelegenheid daartoe. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en dus geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.