ECLI:NL:RVS:2025:4108
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- B.P. Vermeulen
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Afdeling bestuursrechtspraak bij intrekking promotoren en weigering nieuwe aanwijzing
De zaak betreft het intrekken van de aanwijzing van promotoren van een promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en het afwijzen van haar verzoek om nieuwe promotoren aan te stellen. De promotoren hadden de begeleiding stopgezet vanwege het onvoldoende wetenschappelijke niveau van het proefschrift en de noodzaak tot herziening door nieuwe literatuur.
De decaan en het College voor Promoties (CvP) namen besluiten die door de promovendus werden aangevochten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen gelijktijdig en stelde vast dat de promovendus niet valt onder de definitie van betrokkene in artikel 7.59a van de WHW, waardoor de Afdeling niet bevoegd is om kennis te nemen van de beroepen.
De Afdeling oordeelde dat de beroepen bij de rechtbank hadden moeten worden ingediend en dat het CvP ten onrechte had verwezen naar de Afdeling. De beroepen worden doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Nederland. Tevens werd het CvP en de decaan veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van de promovendus.
De inhoudelijke behandeling van de beroepen kon daardoor niet plaatsvinden. De Afdeling benadrukte het belang van correcte rechtsmiddelen en bevoegdheidsgrenzen binnen bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd en draagt de beroepen over aan de rechtbank Noord-Nederland.