ECLI:NL:RVS:2025:411
Raad van State
- Hoger beroep
- G.J.T.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schending hoorplicht bij afwijzing tegemoetkoming planschade door college Veere
Appellant, eigenaar van een woning in Serooskerke, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Veere om tegemoetkoming in planschade naar aanleiding van een omgevingsvergunning uit 2016 voor een hoveniersbedrijf en schuur nabij zijn woning. Het college wees dit verzoek in 2021 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college de hoorplicht uit artikel 7:2 Awb Pro heeft geschonden doordat appellant niet tijdig werd geïnformeerd over de honorering van zijn verzoek om afzonderlijk te worden gehoord. Dit leidde ertoe dat appellant niet op de hoorzitting verscheen. Het college had appellant alsnog ambtelijk moeten horen, maar deed dit niet, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand kwam.
Desondanks concludeert de Afdeling dat appellant niet benadeeld is door deze schending, omdat hij zijn standpunten in beroep en hoger beroep mondeling heeft kunnen toelichten en het betwiste besluit daardoor niet anders zou zijn genomen. Verder oordeelt de Afdeling dat het college niet verplicht was bepaalde stukken, zoals het taxatierapport uit 2013, te overleggen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met bevestiging van het bestreden vonnis, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd ondanks schending van de hoorplicht.