ECLI:NL:RVS:2025:4144
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning asiel na Dublinprocedure
Appellant heeft bij besluit van 2 augustus 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke niet in behandeling is genomen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 10 juli 2025. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep klaagt appellant onder meer dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op zijn beroepsgrond over het standaardvoornemen in de Dublinprocedure en dat asielzoekers in Kroatië beperkte toegang tot de reguliere gezondheidszorg hebben, waardoor hij risico loopt op schending van artikel 4 van Pro het EU-Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze klachten terecht zijn voorgedragen, maar dat zij geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin is toegelicht dat de besluitvorming niet zonder meer onzorgvuldig is wanneer niet op alle individuele omstandigheden wordt ingegaan en dat er basale medische zorg beschikbaar is in Kroatië, ook bij overbezetting. Andere grieven van appellant leiden eveneens niet tot vernietiging. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.