ECLI:NL:RVS:2025:4145
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na hoger beroep
Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verwijst naar een eerdere uitspraak van 22 mei 2025 waarin soortgelijke kwesties zijn behandeld. De Afdeling ziet ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.