ECLI:NL:RVS:2025:4168
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging voorlopige voorziening bij intrekking Nederlanderschap
Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van de verzoeker ingetrokken. De verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 1 september 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de verzoeker gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit op 24 maart 2025. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 13 juni 2025 bepaalde de voorzieningenrechter bij voorlopige voorziening dat de uitspraak van de rechtbank werd geschorst, waardoor het intrekkingsbesluit van kracht bleef totdat het hoger beroep was beslist. De verzoeker verzocht vervolgens om wijziging van deze voorlopige voorziening, zodat hij behandeld zou worden alsof hij de Nederlandse nationaliteit bezit, met het oog op werk en sociale voorzieningen, en het verkrijgen van Nederlanderschap door zijn kinderen.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 28 augustus 2025 behandeld en geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die een andere belangenafweging rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening wordt afgewezen.