ECLI:NL:RVS:2025:4253
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 14 november 2023 niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 22 december 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelt dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.