ECLI:NL:RVS:2025:4277
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 22 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, en hechtte daaraan dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie onrechtmatig was. Tevens werd de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en werd schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oordeel van de rechtbank onjuist was en verwees naar eerdere uitspraken waarin het Justitieel Complex Schiphol wel als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie werd aangemerkt. De grief van de minister slaagde en het hoger beroep werd gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is de vrijheidsontnemende maatregel in stand gebleven.
Uitkomst: Hoger beroep minister gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd, vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd.