ECLI:NL:RVS:2025:43
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor andere familieleden van Unieburger
De vreemdelingen, een moeder met drie kinderen van Marokkaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsdocument aan als andere familieleden van een referent met de Belgische en Marokkaanse nationaliteit. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Verblijfsrichtlijn niet van toepassing was vanwege het eerdere verblijf van de vreemdelingen in Nederland. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdelingen onvoldoende bewijs hadden geleverd van de familierechtelijke relatie met de referent, aangezien het overgelegde huwelijksbewijs ouder was dan zes maanden en zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij dit niet konden aanleveren. Ook het feit dat de moeder nog als gehuwd geregistreerd stond, was onvoldoende bewijs.
Daarom wees de Raad van State het beroep af, veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan de vreemdelingen werd terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van familierechtelijke relatie.