ECLI:NL:RVS:2025:4308
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onjuist gebruik torenkraan bij asbestsanering
Bij asbestsaneringswerkzaamheden gebruikte appellante een mobiele torenkraan met werkplatform waarbij werknemers onjuist waren aangelijnd en een werknemer het werkplatform verliet op een niet draagkrachtig asbesthoudend dak. De Inspectie SZW stelde vast dat de torenkraan niet geschikt was voor personenvervoer en dat geen andere meer geëigende arbeidsmiddelen beschikbaar waren.
De minister legde een bestuurlijke boete van €4.500 op, later gematigd tot €4.275 wegens termijnoverschrijding, en gaf een waarschuwing preventieve stillegging van werk. De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat andere arbeidsmiddelen beschikbaar waren.
In hoger beroep betoogde appellante dat er een veilige werkwijze was ontwikkeld en dat de boete en waarschuwing onterecht waren. De Afdeling volgde de rechtbank en oordeelde dat het werkplan onvoldoende specificaties bevatte over valbeveiliging en dat een verreiker een meer geëigend arbeidsmiddel was voor een groot deel van het dak.
De waarschuwing preventieve stillegging werd gehandhaafd omdat sprake was van een herhaling van overtredingen. Het beroep van appellante op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €4.275 en waarschuwing preventieve stillegging worden bevestigd.