ECLI:NL:RVS:2025:4322
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.O. van Veldhuizen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over openbaarmaking namen advocaten in Wob-procedure
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde in een Wob-procedure de namen van advocaten openbaar te maken vanwege eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank oordeelde dat advocaten door hun functie in de openbaarheid treden en dat hun namen daarom openbaar moeten worden gemaakt. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat advocaten niet zonder meer vanuit hun functie in de openbaarheid treden, mede vanwege hun bijzondere positie en kernwaarden als onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. De indiener van het Wob-verzoek had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het belang van openbaarheid zwaarder woog dan het belang van privacy van de advocaten.
De Raad van State vernietigde daarom het oordeel van de rechtbank over de openbaarmaking van advocatennamen en verklaarde het hoger beroep van het college gegrond. Tevens werd het beroep van de wederpartij tegen het nieuwe besluit van het college, waarin de namen opnieuw werden geweigerd, ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het oordeel dat advocatennamen openbaar moeten worden gemaakt en verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.