ECLI:NL:RVS:2025:4358
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- A. Kuijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens veilig derde land Gambia
Betrokkene, met de Kameroense nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan die de minister van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaarde omdat Gambia als veilig derde land geldt. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene opnieuw toegang tot Gambia zou krijgen, mede omdat betrokkene vreesde voor vervolging door Kameroense autoriteiten en daarom geen nieuw paspoort kon aanvragen.
De minister stelde in hoger beroep dat de beoordeling van de vrees voor vervolging niet relevant is bij de toets of betrokkene toegang kan krijgen tot het veilige derde land, en dat betrokkene redelijkerwijs een nieuw paspoort kan aanvragen bij de Kameroense ambassade. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde echter dat de minister onvoldoende op de bezwaren van betrokkene is ingegaan, waardoor het besluit niet deugdelijk gemotiveerd is.
De Afdeling oordeelde dat het motiveringsgebrek niet betekent dat Gambia betrokkene niet toelaat, maar dat de minister een nieuw besluit moet nemen waarbij eerst de bezwaren tegen het aanvragen van een paspoort worden beoordeeld. Pas als vaststaat dat toegang tot het veilige derde land onmogelijk is, moet de asielaanvraag inhoudelijk worden behandeld.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de motivering. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit niet-ontvankelijkheid wordt bevestigd met een verbeterde motivering.