ECLI:NL:RVS:2025:4362
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak wegens non-refoulement risico
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 januari 2024 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 17 april 2024 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, met name vanwege een risico op schending van het non-refoulementbeginsel in het land van herkomst, zoals recentelijk bevestigd in een verwijzingsuitspraak van 27 augustus 2025. Omdat de procedure voor de voorlopige voorziening zich niet goed leent voor dit onderzoek, werd besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.