ECLI:NL:RVS:2025:4487
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 29 april 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 september 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. Betrokkene stelde een schriftelijke reactie op en stelde incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft op 24 september 2025 de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.