ECLI:NL:RVS:2025:4527
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens gebrekkige bekendmaking besluit AP
Appellant diende drie klachten in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over de verwerking van zijn persoonsgegevens door zijn voormalig werkgever Prime Vision B.V. De AP wees de derde klacht af wegens onvoldoende prioriteit voor nader onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk vanwege een te late indiening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van de AP niet op de juiste wijze was bekendgemaakt, omdat appellant geen afhaalbericht ontving en het besluit dus pas op 1 augustus 2022 via gewone post bij hem bekend werd. Hierdoor was het beroepschrift van appellant tijdig ingediend. De rechtbank had het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de AP beleidsruimte heeft om te besluiten geen nader onderzoek te doen op grond van prioriteringscriteria en maatschappelijke relevantie. De AP had terecht besloten niet nader te onderzoeken omdat het geschil een arbeidsconflict betrof en de klacht geen brede maatschappelijke impact had.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep inhoudelijk ongegrond verklaard. De AP hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het griffierecht aan appellant terugbetalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de AP wordt ongegrond verklaard, na vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank.