ECLI:NL:RVS:2025:4528
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H.M. van Altena
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankbeslissing over beëindiging bewonersparkeervergunning en bezwaarprocedure
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bewonersparkeervergunning van de wederpartij in september 2020 gedeactiveerd wegens niet-betaling van parkeergelden. De wederpartij heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een nieuwe vergunning aangevraagd, die door het college is afgewezen vanwege het verlenen van een bedrijfsparkeervergunning op hetzelfde adres.
De rechtbank oordeelde dat de registratie van de einddatum van de vergunning in het digitale systeem een besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. Het college had niet tijdig op het bezwaar tegen de beëindiging beslist, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en het college opdroeg alsnog te beslissen.
Het college stelde hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de rechtbankuitspraak. Het college heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en moet opnieuw inhoudelijk beslissen op het bezwaar. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
De Afdeling benadrukt dat het college bij het nieuwe besluit het oordeel van de rechtbank moet volgen en raadt aan om in overleg met de wederpartij tot een oplossing te komen. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het besluit van 4 januari 2024 wordt vernietigd, waarna het college opnieuw inhoudelijk moet beslissen op het bezwaar.