ECLI:NL:RVS:2025:4633
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit verblijfsvergunning nareis minderjarig kind
Betrokkene diende op 23 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 27 januari 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat betrokkene reeds internationale bescherming genoot in Oostenrijk.
De rechtbank vernietigde dit besluit op 7 mei 2025 en stelde dat de minister de aanvraag had moeten behandelen als een verzoek om nareis bij het minderjarige kind van betrokkene in Nederland, niet als een aanvraag voor internationale bescherming.
De minister stelde hoger beroep in met het argument dat de rechtbank ten onrechte de belangen van het kind had meegewogen zonder dat betrokkene zijn gezinsband met het kind met documenten had aangetoond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de klacht van de minister niet leidt tot vernietiging van het vonnis, omdat betrokkene expliciet aangaf alleen verblijf te wensen in het kader van nareis bij zijn minderjarig kind. De minister had de aanvraag niet niet-ontvankelijk mogen verklaren op grond van internationale beschermingsregels.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van €907.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de minister de aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.