ECLI:NL:RVS:2025:4648
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving bijgebouw in strijd met bestemmingsplan Garderen
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld wees het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen een bijgebouw op het naastgelegen perceel af, omdat het bijgebouw niet in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Appellante stelde dat het bijgebouw buiten het bouwvlak is gebouwd en het maximale bebouwingspercentage wordt overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat het college geen handhavend optreden hoefde te verrichten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het bijgebouw als studio wordt gebruikt in plaats van als klusschuur, wat buiten de reikwijdte van het oorspronkelijke handhavingsverzoek valt. Dit werd door de Afdeling verworpen omdat het verzoek niet uitgebreid kan worden na het primaire besluit. Ook stelde appellante dat het bebouwingspercentage werd overschreden, maar de Afdeling oordeelde dat het bouwperceel volgens de kadastrale gegevens circa 370 m2 bedraagt, en de bebouwing ongeveer 55 m2, waarmee het maximum niet wordt overschreden.
Verder betoogde appellante dat het bijgebouw haar recht van erfdienstbaarheid schaadt en leidt tot verhoogde elektriciteitskosten door gebrek aan zonlicht. De Afdeling stelde dat het college alleen bevoegd is handhavend op te treden bij strijd met wettelijke voorschriften, wat niet het geval is, zodat deze belangen niet in de besluitvorming konden worden betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen handhavend op te treden tegen het bijgebouw.