ECLI:NL:RVS:2025:4658
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit begeleid openbaar vervoer voor leerling speciaal onderwijs ondanks bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende op 13 september 2024 begeleid openbaar vervoer toe aan de zoon van appellante, die een speciale school voor basisonderwijs bezocht op meer dan 6 km afstand van de woning. Appellante vroeg om aangepast leerlingenvervoer omdat zij vanwege haar werk in de zorg haar zoon niet zelf kon begeleiden.
Het college verklaarde het bezwaar van appellante op 17 december 2024 ongegrond en de rechtbank bevestigde dit op 15 mei 2025. Volgens het college en de rechtbank had appellante onvoldoende onderbouwd dat zij niet zelf kon begeleiden of dat een ander dit niet kon doen. De rechtbank oordeelde ook dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat het eerdere vervoer ten onrechte was toegekend.
Appellante stelde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vond de eerdere motivering voldoende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verstrekking van begeleid openbaar vervoer blijft gehandhaafd.