ECLI:NL:RVS:2025:4770

Raad van State

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001368
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-behandeling aanvraag verblijfsvergunning asiel

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 8 augustus 2025 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 september 2025 ongegrond verklaarde.

Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee het besluit van de rechtbank en de niet-behandeling van de aanvraag door de minister.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.001368 en BRS.25.001369
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 september 2025 in zaak nr. NL25.37009 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 6, 8 en 9 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.        Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.        wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Van Driesten
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2025
1048