ECLI:NL:RVS:2025:4792
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel en leeftijdsregistratie
Appellant heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke bij besluit van 4 december 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is ingewilligd. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 1 mei 2024 het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister onterecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij de leeftijdsregistratie, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt. De minister heeft de leeftijdsbeoordeling conform het beoordelingskader van eerdere jurisprudentie verricht en appellant terecht als meerderjarige aangemerkt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 8 oktober 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.